|
'Ik geloof in de buitengewone kracht van het
web'
De Universiteit Twente kende vandaag een eredoctoraat
toe aan de Amerikaan Vinton Cerf, een van de grondleggers van
het internet. Hij werkt voor een grote telefoonmaatschappij
én leidt ICANN, de organisatie die domeinnamen toekent.
Een verzoener op het drukste kruispunt van het web.
Door NRC Handelsblad correspondent Marc Chavannnes
WASHINGTON, 30 NOV. Gevraagd wat zijn grootste droom
voor de toekomst van het internet is, komt Vinton Cerf met een
verrassende wens: dat het overleeft. De man die de architectuur
van het grootste communicatie-succes in een generatie heeft ontworpen,
hoopt dat we het niet om politieke of economisch redenen om zeep
zullen helpen.
Cerf krijgt vandaag in Twente een eredoctoraat
voor zijn verdiensten bij het ontwerpen van het systeem dat burgers,
bedrijven en overheden een volstrekt nieuwe manier van werken
heeft gegeven. Volgens de universiteit hebben de ideeën van
Cerf een ,,technologische en sociale revolutie'' teweeggebracht.
Als wiskundig geschoold computer-ingenieur blijft hij nuchter
onder zulke vergezichten. Maar hij zou het web niet meer willen
missen. Vinton Cerf is een zeer populaire naam in online gemeenschappen, in het bijzonder in het veld van het gratis pokeren, een industrie die erkent dat het World Wide Web niet zou hebben bestaan zonder het genie van deze man.
Hij ziet zo veel nuttige toepassingen dat het ,,een
gigantische teleurstelling'' zou zijn als men het door ruzie of
overmatige afscherming tegen negatieve krachten zou laten verworden.
,,Ik geloof in de buitengewone kracht van het web. Het
heeft mensen een stem gegeven die wordt gehoord. Dat is democratie.
De huidige problemen van toezicht en toegankelijkheid zijn
op te lossen, als we er hard aan werken.
Die horen bij de ontregelende aard van deze techniek.
Die is even vernieuwend als de komst van de drukpers, de industriële
revolutie, de uitvinding van de gloeilamp, de Xerox kopieerder,
de video en het branden van CD's.''
Cerf houdt zich verre van het hem in webkringen
opgeplakte etiket Godfather van internet', maar hij erkent
dat hij in 1974 (samen met Robert Kahn) een artikel schreef dat
de stoot gaf tot het opstellen van de internet-protocollen (TCP/IP)
die nog steeds zorgen dat onze email meestal in stukjes en beetjes,
via allerlei routes - de geadresseerde bereikt. De beste vergelijking,
waarvan hij de auteur direct noemt, is die van internet als kathedraal.
,,Zonder de duizenden die hun stenen bijdroegen was de kathedraal
er niet gekomen, ook al maakten Kahn en ik destijds een tekening
van het gebouw.''
Cerf werkte voor de Amerikaanse defensie toen hij
Arpanet, de voorloper van het internet zoals we dat nu
kennen, hielp ontwerpen. Hij voerde later taaie pleidooien bij
de Amerikaanse overheid om zijn open internet-protocol als de
standaard aangenomen te krijgen. Intussen ijvert Cerf om een nieuw
Internet Protocol versie 6 (kortweg IPv6) aanvaard te krijgen
nodig om de explosieve groei aan te kunnen. Nu is het doen van
die stap vooral een zaak van internet providers en bedrijven die
de apparatuur maken.
Omdat hij er destijds van overtuigd was dat het
web alleen maar kon groeien en bloeien als het een commercieel
succes werd, ging Cerf in '82 werken bij MCI. Die telefoonmaatschappij
hielp hij aan de eerste commerciële emaildienst (MCI Mail).
Na acht jaar aan het hoofd van de Corporation for National Research
Initiatives (CNRI) keerde Cerf in 1994 bij MCI Worldcom terug
als 'senior vice president for internet architecture and technology'.
Gezien zijn commerciële uitvalsbasis wordt deze netbouwer
nog al eens rolvermenging aangewreven. Vroeger als eerste voorzitter
van de Internet Society en tegenwoordig als voorzitter van ICANN
(The Internet Corporation for Assigned Names and Numbers). Dat
is de onafhankelijke instelling die wereldwijd zorgt voor de uitifte
van domeinnamen. De vereniging beheert het even handige als omstreden
systeem dat simpele web-adressen als www.nrc.nl en www.philips.com
en straks www.stedelijk.museum mogelijk maakt.
Cerf: ,,Mij wordt het dragen van twaalf petten verweten.
Ik moet u bekennen dat áls ik aan evenveel touwtjes zou
trekken als men mij toedenkt, dan zou ik dit werk niet doen. Ik
zou rijk zijn en ergens van mijn rust genieten. Het trachten domeinnnamen
zo uit te geven dat het internet kan groeien en steeds meer mensen
bedienen, is niet zo'n vreselijk leuk baantje. ICANN is een barokke
organisatie, volgens sommige critici een failliete (broke').
We hebben een waanzinnig toegankelijke structuur. Iedereen kan
op zijn zeepkist stappen tijdens onze vergaderingen. Het is een
soort Hyde Park. Er wordt nagedacht over andere organisatievormen,
maar voorlopig zijn we zoals we zijn. Open en transparant. Alle
verplichtingen die we aangaan worden, voor dat zij van kracht
worden, op het web gepubliceerd. De besluitvorming heeft soms
iets van de Verenigde Naties. Ik hoop alleen dat wij iets opener
en iets sneller zijn. Dit is een openbare taak die moet worden
vervuld. Iemand moet het doen.''
Als om zijn onafhankelijkheid verder te bewijzen
geeft Cerf een helder antwoord op de vraag wat er aan beide zijden
van de Oceaan moet gebeuren om de consument reële keuzevrijheid
te geven bij het kiezen van leveranciers van snelle internetdiensten.
Hij is er van overtuigd dat concurrentie onmisbaar is om kwaliteit
en aanvaardbare prijzen voor de abonnees te bereiken. In theorie
is er concurrentie tussen kabel, DSL, satelliet en radiodiensten
(MMDS), zegt hij. ,,Maar in de praktijk hebben veel particulieren
geen of nauwelijks keus omdat één of meer van die
diensten in zijn omgeving niet leverbaar zijn, of omdat de lokale
telefoonmaatschappij de concurrentie het leven zuur maakt. Ik
heb niemand bij de Amerikaanse Federal Communications Commission
(FCC) ervan kunnen doordringen, maar het idee dat je concurrenten
van de zelfde infrastructuur gebruik kunt laten maken is op een
fiasco uitgelopen. Ik weet niet of in Europa sprake is van de
zelfde belemmeringen. Maar wat hier gebeurt is absoluut in strijd
met de Telecommunications Act van 1996.''
Cerf is er minder van overtuigd dan vroeger dat
de markt er automatisch voor zorgt dat voor de verdere ontwikkeling
van internet onmisbare diensten beschikbaar komen. ,,Als van alle
monopolisten zou worden geëist dat alle relevante transmissie-faciliteiten
tegen een redelijke prijs toegankelijk worden gemaakt voor concurrenten,
zou het systeem efficiënter werken.'' Bij gebrek aan actie
van de FCC, die onder Bush, meer nog dan onder Clinton, een laissez-faire
houding aannneemt, hoopt Cerf dat het Congres via hoorzittingen
is te bewegen tot stappen. De universele toegankelijkheid van
het lokale net voor breedbanddiensten moet worden afgedwongen.
De strijd op aarde wordt op vele fronten gevoerd.
Cerf houdt zijn geest intussen scherp door samen met de NASA te
werken aan het volgende internetproject: in de ruimte. Door op
een slimme manier gebruik te maken van bestaande techniek, maar
rekening te houden met de dramatisch grotere afstanden, hoopt
ie dat verkenners op Mars over een paar jaar gewoon een emailtje
naar huis kunnen sturen. Of naar Vint Cerf. De postbode van
het heelal werkt aan de bezorging.
bron: NRC Handelsblad,
30 november 2001
|