|
Adellijke titels in Nederland
- ongetituleerde adel, jonkheer,
- (erf)ridder,
- baron,
- burggraaf,
- graaf,
- markgraaf of markies,
- hertog,
- prins,
- koning.
jonkheer
Jonkheer (afkorting: jhr.) is een adellijk predicaat (en
geen adellijke titel, zoals vaak wordt gedacht). Het vrouwelijke
equivalent is Jonkvrouw(e) (afkorting: jkvr.).
(erf)ridder
Een ridder was in de Middeleeuwen oorspronkelijk een bereden
en bepantserde soldaat (ruiter) die de ridderslag ontvangen
had. Allengs werd de naam echter geassocieerd met adel
en sociale status, vermoedelijk omdat de kosten van de
uitrusting voor het ridderschap het slechts voor de toenmalige
elite mogelijk maakten een dergelijke status te verwerven.
baron
Baron is een adellijke titel. Het vrouwelijke equivalent
is Barones.
burggraaf
Burggraaf is een adellijke titel, die hoger is dan baron
maar een graad lager dan graaf. Het vrouwelijke equivalent
is Burggravin.
graaf
Graaf is een adellijke titel. Het vrouwelijke equivalent
is gravin.
Een markgraaf of markies
had een overwegend militaire functie en werd ingezet
in de graafschappen aan de grenzen van het rijk. In
het westen van het Duitse rijk gebeurde dit ter beveiliging
van de grens met het Franse koninkrijk (de marken Valenciennes,
Ename en Antwerpen) en in het oosten vooral tegen de
Hongaarse gebieden.
Een paltsgraaf werd aangesteld
voor de waarneming van de jurisdictie in een koninklijke
verblijfplaats (een zogenaamde palts). Deze paltsgraven
waren vanaf de 10e eeuw een (politiek) tegengewicht
tegen de groeiende macht van de hertogen: men had rijksonderdanige
paltsgraven in Lotharingen (vanaf ca. 1086 de Rijnpalts
genoemd), Beieren, Zwaben en Saksen. Ook het vaticaan
kende Paltsgraven. Het was een titel die door de Paus
werd verleend aan Ridders in de Orde van het Gulden
Spoor.
Een landgraaf is een graaf
die rechtstreeks leenhulde bracht aan de keizer en later
koning, zonder intermediatie van een ander leenheer
(zoals een rijksbisschop, een hertog of paltsgraaf).
Een gouwgraaf werd aangesteld
over een gouw (pagus). Hij nam de jurisdictie waar,
verzekerde de militaire beveiliging en inde de belastingen.
Een woudgraaf (comes nemoris): een
graaf die werd aangesteld over ondoordringbare of nog
ontgonnen wouden. Sommige woudgraafschappen behoren
evenwel tot het rijk van de fantasie en werden ingeschakeld
in landsheerlijke legenden om de oorsprong van een gravengeslacht
te mystificeren.
Een Raugraaf: in 1667 verleende
Karel Lodewijk van de Palts de titel raugraaf en raugravin
aan zijn nazaten uit het morganatische, volgens sommige
lezingen ook ongeldige, huwelijk met Louise von Degenfeld.
Over de herkomst van de titel zijn diverse lezingen.
Het latijnse begrip comes hirsutus en het Duitse Ruegegraf
is volgens sommige bronnen "een graaf zonder versierselen".
Elders heet het een bestuurder van onbebouwd gebied
te zijn. Eerder werd de titel gevoerd door de "Wildgrafen"
uit het huis der Emichonen in de 10e eeuw.
Een burggraaf: bestuurder
van een keizerlijke burcht.
markgraaf of markies
Markgraaf of markies (mv. markiezen) is een adellijke
titel, maar een graad hoger dan de gewone graaf. Het vrouwelijke
equivalent is markgravin of markiezin. Een gebied dat
door een markgraaf of markies werd bestuurd heet een markgraafschap
of markiezaat.
hertog
Hertog (Lat.: dux) is een hoge adellijke titel, maar kan
soms ook een (lagere) vorstelijke titel zijn, maar niet
noodzakelijk met groot territoriaal belang. Het vrouwelijke
equivalent is Hertogin.
prins
Prins is de hoogste adellijke titel, maar kan ook een
(lagere) vorstelijke titel zijn. Het vrouwelijke equivalent
is Prinses.
koning
Koning is na keizer de hoogste vorstelijke titel, en met
deze titel wordt het (mannelijk) staatshoofd van een koninkrijk
aangeduid. Het vrouwelijke equivalent wordt koningin genoemd.
Historisch werd bij sommige stammen en volken de titel
van koning gegeven aan de hoogste gezagsdrager. Oorspronkelijk
werd de koning veelal gekozen, maar allengs werd de
titel erfelijk. Vaak wordt een koninkrijk aangeduid
als monarchie. Weliswaar is een koninkrijk een monarchie,
maar niet iedere monarchie heeft een koning of koningin
als staatshoofd: in Monaco en Liechtenstein wordt de
functie van staatshoofd waargenomen door een vorst en
in Luxemburg door een groothertog.
Oorspronkelijk voerden de koningen als kroon op hun
helmen een gouden band die van boven met bladvormige
opstandingen versierd was. De Nederlandse Koningskroon
werd in 1816 vastgesteld bij Koninklijk Besluit of kabinetsorde
(24.6.1816 nr. 77).
Omdat de koning de hoogste persoon van het land is maakt
hij geen deel uit van de adel, maar staat hij erboven.
|