Jacobs, Dany,
Spel en discipline: wanneer draagt strategie bij?.
Jacobs, Dany,
Het kennisoffensief: slim concurreren in de kenniseconomie.
Om iets te bereiken, daar plezier aan te beleven en geld mee
te verdienen, moet je weten waar je staat, wie je bent en waar
je (ongeveer) heen wilt. Dat veronderstelt dat je weet waar je
goed in bent, vooral waar je beter in bent dan anderen en wat
je speelruimte is om te handelen. Strategie is voor Dany Jacobs
'het benutten van aanwezige vrijheidsmarges in je eigen voordeel.'
Strategische vraagstukken doen zich in de huidige kennisintensieve
samenleving op alle niveaus voor: personen, afdelingen, organisaties,
clusters van organisaties, bedrijfstakken en zelfs gehele landen.
Steeds gaat het erom de eigen identiteit binnen een groter geheel
te bepalen en vanuit de eigen sterkten ( 'competenties') te handelen.
Strategie is dus niet het domein van een handjevol topmanagers
en hun adviseurs die blauwdrukken maken voor de toekomst. Voor
Jacobs, die daarbij vooral aansluit bij de visie van Mintzberg,
is strategievorming vooral bijsturen in bestaande processen van
de organisatie, waarin mensen in de praktijk ontdekken wat zij
goed kunnen en daar lijn in brengen. De kennis die nodig is om
een goede strategie te vinden, bevindt zich in de organisatie,
vooral bij die mensen die dagelijks geconfronteerd worden bij
de dilemma's waarvoor de organisatie geplaatst wordt. Door zijn
nadruk op de in de organisatie aanwezig kennis zet Jacobs zich
expliciet af tegen alle benaderingen die grote leiders en hun
adviseurs centraal stellen. Dus zowel de klassieke planningsbenadering
in de strategievorming als ideeën over inspirerende gepassioneerde
leiders moeten het bij hem ontgelden: strategievorming berust
op gedetailleerde praktijkkennis die zich met name op de middenniveaus
van de organisatie bevindt.
Dat Jacobs zijn oratie (bewerkt als 'Spel en Discipline') met
een vraag opent en niet met een stellige uitspraak, is typisch
voor zijn benadering. Veel strategische processen voegen voor
Jacobs geen waarde toe. Integendeel, onder de dekmantel van strategie
en veranderingsmanagement wordt veel waarde vernietigd. Dat is
de ene kant van het verhaal. De andere kant is dat we niet zonder
strategie kunnen. De vraag is dus hoe strategie kan bijdragen.
Hierover zegt Jacobs in de oratie veel behartigenswaardigs vanuit
de opvatting dat strategie enerzijds een spel is (zowel in zin
van speelsheid en creativiteit als in de zin van het sociaal-politieke
spel tussen mensen) doch anderzijds disciplinering behoeft vanuit
wetenschappelijke inzichten, financiële randvoorwaarden en
ordening van sociale processen. Het achterliggende perspectief
is sterk cognitief gericht: organisaties als bundeling van kennis
in een brede betekenis. Goede strategie is gebouwd op kennis:
de managers hebben hun 'huiswerk goed gemaakt'. Het management
van deze kennis die een organisatie van andere onderscheidt is
dus een voorwaarde voor succes in de huidige kennisintensieve
economie.
'De thema's kennismanagement en kenniseconomie komen uitgebreid
aan de orde in de uitgebreide tweede druk van 'Het Kennisoffensief',
waarin tevens een aantal columns uit NRC-Handelsblad verwerkt
zijn.
Hierin beperkt hij zich niet tot de strategie van het afzonderlijke
bedrijf, maar beweegt hij zich lenig tussen de het individu en
de natiestaat en alle tussenliggende niveaus. Kennis, hier verdeeld
in twaalf 'kennislagen' is de basis voor concurrentie in de huidige
economie en op basis van de eigen kennis anders dan anderen zijn
(differentiatie) om daarmee unieke waarde toe te voegen, is essentieel.
Hiermee legt Jacobs de nadruk op strategieën die niet de
reductie van kosten, maar het vinden of creëren van nieuwe
gedifferentieerde markten centraal stellen, en dat in netwerken
waarin bedrijven op basis van hun specifieke competenties in netwerken
met elkaar opereren. Niet de investeringen in de harde materiële
technologie vormen de kern van slim concurreren, aldus Jacobs,
maar de combinatie van hard en zacht, van alfa en bèta
van het materiële en het menselijke.
De publicaties van Jacobs geven een genuanceerde kijk op strategie
en concurrentie in onze kennisintensieve samenleving. De huidige
state-of-the-art op het gebied van strategie en organisatie wordt
op een zeer toegankelijke manier samengevat, met een voorkeur
voor het cognitieve perspectief. Dat de breedte hier en daar noodzakelijkerwijs
tot enige oppervlakkigheid leidt, valt daarbij uiteraard niet
te vermijden. Voor de praktijk, vooral voor die managers en hun
adviseurs die vanuit de top veranderingen willen afdwingen, heeft
Jacobs een belangrijk boodschap: 'een strategie die bijdraagt,
is een strategie die laat bijdragen. ' Daarmee zijn de publicaties
zeker van belang voor de publieke sector, waar grootschalige veranderingen
vaak stuklopen op het onvoldoende besef dat strategie moet worden
gebouwd op de kennis van betrokkenen.
Jacobs, Dany,
Spel en discipline: wanneer draagt strategie bij?.
Schiedam: Scriptum, 1999