|
Organiseren en managen in KIO's
Het managen van kenniswerkers / professionals in kennis intensieve
organisaties (KIO)kent de spanning tussen professionele
autonomie en organisatorische beheersing (engels: to control).
De kenniswerkers zullen veelal geniegd zijn om van leidinggevenden
een meerwaarde te eisen om hun hogere plaats in de hierarchie
te rechtvaardigen. Die meerwaarde moeten de lijnmmanagers demonstreren
zonder zich als beheerder te gaan gedragen of zich vakinhoudelijk
met het werk van de kenniswerker te bemoeien. De traditionele
invloed van de lijnmanager is daardoor relatief beperkt.
Volgens Weggeman (1997) zouden managers zich niet zozeer moeten
richten op het werkproces maar op de volgende taken:
-
het aannemen van goede mensen die passen in
de organisatie (input-sturing);
-
het creeren van een inspirerend en stimulerend
werkklimaat;
-
het duidelijk definieren van de resultaten
die door de kenniswerkers nagestreefd dienen te worden (output-specificatie).
Ook Mintzberg (1979) geeft aan dat er in een professionele
bureaucratie andere vormen van managementnodig zijn dan in
een machine bureaucratie. Mintzberg noemt onder andere 'indoctrinatie'
versus 'procedures'.
Een organisatiemodel kan volgens Weggeman gebaseerd zijn
op de contingentiebenadering. Er bestaat geen beste manier om
te organiseren maar men kan wel trachten het functioneren van
een organisatie te verbeteren omdat niet elke wijze van organiseren
even effectief is.
Het ESH raamwerk (Evenwicht, Samenhang en
Heterogeniteit) gebaseerd op het 7S Model van McKinsey
betstaat uit zes ontwerpvariabelen:
-
Strategie
-
Structuur
-
Systemen
-
Managementstijl
-
Personeel
-
Cultuur
De zes ontwerpvariabelen worden verdeeld in 'zachte' factoren:
managementstijl, personeel en cultuur en 'harde' variabelen:
strategie, structuur en systemen.
Een belangrijk onderscheid tussen hard en zacht ligt in het algemeen
in de beinvloedbaarheid. Harde factoren zijn over het algemeen
makkelijker te beinvloeden dan de zachte.
|