|
Het meten van het gebruik van kennis in de kenniseconomie is
niet eenvoudig. Een van de eerste indicatoren is de R&D-uitgave
van een land. In de nota Kennis in Beweging van de ministeries
van EZ, OCW en van LNV worden verwoede pogingen gedaan om tot
een breder kennisbegrip te komen dan alleen op R&D. Maar telkens
werd toch teruggegrepen op die ene indicator. Dany Jacobs (1996)
relativeert de bevindingen in die nota. Hij stelt onder andere
dat de kennisintensieve diensten in Nederland redelijk goed is
ontwikkeld al is Nederland geen high tech land.
Behalve aan de R&D kan de arbeidsproductiviteit gezien
worden als een simpele en bekende outputindicator. Wil je meer
weten dat blijkt het lastig om algemene indicatoren voor te stellen
voor het meten van exportsucces via specialisatie en produktinnovatie.
Op het gebied van fundamenteel onderzoek scoort Nederland hoog,
maar er wordt relatief weinig gedaan aan produktontwikkeling.
Een goede typering voor Nederland is efficiency-land. Nederland
excelleert is procesinnovatie, het steeds efficienter en goedkoper
produceren van hetzelfde. In produktinnovaties wordt veel minder
geinvesteerd.
Al jaren wordt gepleit voor een verschuiving naar produkten met
meer toegevoegde waarde, maar zonder al te veel succes. Ook Jacobs
pleit voor een kennisoffensief dat resulteert in het via
slimme innovatie op de markt brengen van produkten en diensten
met een hoge toegevoegde waarde.
|