Search   Contact      

 

   

management

management goeroes

toelichting op goeroes

management jargon

management tools

top 100 literatuur

anti goeroe tips

management consult

consultants

managementboek.nl


economie

economen jargon

bronnen

eConomics

Nobelprijs economie

topeconomen

top 40 economen

literatuur economie

links eConomics

 

 

 

Brainstorming

Brainstormtechnieken worden (onder andere) gebruikt om oplossingen te vinden op een manier die geen afbreuk doet aan creativiteit en inbreng van de deelnemers. Vroeger vaak met behulp van de flip-over, maar tegenwoordig ook met de GDR - Group Decision Room. De TU Delft heeft er eentje beschikbaar voor derden.

Brainstorming wordt op de volgende momenten toegepast:

  • bij het inventariseren van problemen
  • bij het nagaan van de oorzaken van een gekozen probleem
  • bij het verzinnen van oplossingen voor de belangrijkste oorzaken
  • bij het inventariseren van de benodigde acties

Het is de kunst bij het brainstormen creatief te werk te gaan. De creativiteit van de groep wordt groter naarmate je een beroep doet op de inbreng en de deskundigheid van alle deelnemers. Door de oordeelsvorming te scheiden van de ideeengeneratie neemt de creativiteit OOK toe. Dus het is niet verstandig direct de ideeen te toetsen op haalbaarheid en ervaringen uit het verleden. Dat kunnen dan belemmeringen opleveren voor het nieuwe en onverwachte.

Voordat je begint moet een brainstormmethode gekozen worden, waarbij het belangrijk is om te bezien hoe je de ideeen na afloop gaat ordenen.

Methoden zijn:

  1. Klassieke brainstorm
    Iedereen roept een idee, die worden genoteerd op flipovervellen. Door te kijken op de flipovervellen worden 'vervolgideeen' gegenereerd. Vrij en open associeren is bijna een garantie voor succes.
  2. Nominale brainstorm
    Iedereen schrijft de ideeen op en leest om de beurt een idee voor. Dat idee wordt op de flipover geschreven. Uitleg vragen mag, maar geen waardeoordeel geven.
  3. Anonieme brainstorm
    Iedereen schrift de ideeen op en geeft die aan een mentor, die het noteert op een flipover. Na afloop worden de resultaten besproken.
  4. Kaartjesmethode
    Een ieder schrijft zijn idee op een kaartje. De kaartjes of 'geeltjes' worden op de muur gehangen. Daarna worden de kaartjes geclusterd.
  5. Pro-Con brainstormmethode
    Eerst op klassieke wijze de positieve kanten/mogelijkheden inventariseren. Daarna alle negatieve.
  6. Imaginaire brainstorm
    Breng een strenge randvoorwaarde in en vervolg met een van de eerder genoemde methoden.
  7. Integratieve brainstorm
    Lees een idee voor en daarna nog een en probeer een neiuw idee uit die twee te genereren.
  8. Writing pool brainstorm
    In het midden liggen een aantal kaartjes dat overeenkomt met het aantal deelnemers. Op elk kaartje staat een probleemstelling met een klein aantal mogelijkheden. lees het kaartje en voeg er drie ideeen aan toe. Leg het kaartje terug en pak een nieuwe.
  9. Delphi methode
    Inventariseer vooraf en maak een lijst van ideeen. Verspreid de lijst met ideeen en voeg suggesties toe. Voeg de resultaten geordend samen en herhaal het hele proces met de nieuwe lijst. Iedereen noteert de ideeen en geeft de rangorde aan.
  10. Analogie methode
    Bekijk een analoog probleem met een eerder genoemde methode en bespreek de resultaten. Ga dan nog eens naar het oorspronkelijke probleem terug.
  11. Futuring
    Je kiest een moment in de toekomst (niet al te ver). Je bekijkt het probleem en beschrijft het in de onvoltooid tegenwoordige tijd. Dat is belangrijk, want daardoor bekijk je het als het ware vanuit een helicopter in de toekomst. Vrij associerend gebruik je een brainstormmethode. Langzamerhand wordt het duidelijker. De volgende stap is weer een brainstormronde maar dan wat er gedaan zou moeten worden om in die toekomstige situatie te geraken. Daarna dienen de gewenste acties in een actieplan te worden omgezet.

Valkuilen:

  • niet constructieve bijdragen:
    • dat wordt veel te duur, want ...
    • niemand zal dat accepteren, want ...
    • dit werkt toch niet, want ...
    • dit is een onoplosbaar probleem, want ...
    • dat past niet, want ...
    • dat hebben we al eens geprobeerd
    • daar zijn we nog lang niet aan toe.
    • maar denk je dat echt op te lossen
    • dat heb ik lang geleden ook eens geprobeerd
    • dat is niet realistisch, want ...
    • zo komt het toch niet van de rgond
    • ik ben het er mee eens, maar ...
    • dat zou eventueel kunnen, mits ...
    • dat redden we zo nooit binnen een redelijke termijn, want ...
  • onvoldoende voorbereide ordening achteraf
    • hoe ga je clusteren ?
    • zijn alle items van gelijk niveau ?
    • durft elke deelnemer te zeggen wat 'tie' wil ?

ref: K1

 

managementnieuws

nieuws

 

 

 

 

 

floor

(e) info@floor.nl
copyright © 1994-2017 floor