|
Hoogte van de discontovoet
Hoe komt men aan de juiste waarde van de discontovoet?
In beginsel is deze gelijk aan rendement dat bij alternatieve
aanwending van de middelen verkregen zou worden. Voor Nederland
wordt het alternatieve rendement bepaald door de internationale
kapitaalmarkt. Het eenvoudige en juiste criterium is hier
dat binnenlandse investeringen tenminste hetzelfde rendement
moeten opleveren als investeringen en beleggingen in het
buitenland.
Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voor Nederland
relevante discontovoet voor overheidsinvesteringen wordt
bepaald door de internationale kapitaalopbrengstvoet.
Kabinetsstandpunt discontovoet
In Nederland bestaat sinds 1995 het voorschrift om bij
de analyse van overheidsprojecten een discontovoet van 4
procent per jaar te hanteren (Ministerie van Financiën,
1995). Bij de toepassing van dit criterium geldt:
- Het percentage mag niet worden aangepast aan verschillen
in levensduur tussen projecten, en evenmin aan relatieve
veranderingen in prijzen. Als zulke factoren de uitkomst
beïnvloeden, moet de aanpassing niet gezocht
worden in de discontovoet, maar in de jaarramingen voor
kosten en/of baten.
- Ook voor risico's en onzekerheden geldt dat deze
niet tot uitdrukking mogen komen in een aangepaste
discontovoet, maar in de waarde van te disconteren
kosten- en batenposten moeten worden verwerkt.
- Verder is bepaald dat 'er geen theoretische gronden
aanwezig zijn voor een `aanpassing" van de als norm gestelde
maatschappelijke disconteringsvoet, in geval een deel
van de effecten zich niet in geld laat uitdrukken'. Hiermee
worden zogenaamde pro-memorie-posten bedoeld.
Bij de vaststelling van de voor overheidsprojecten te hanteren
discontovoet van 4% is de Ministerraad uitgegaan van de
gemiddelde reële rente die op de internationale kapitaalmarkt
geldt voor risicovrije langetermijnleningen.
Het voorgeschreven disconto heeft dan ook betrekking op
de reële en risicovrije discontovoet:
- De voorgeschreven discontovoet is reëel,
omdat hij geen rekening houdt met inflatie. De kosten
en baten dienen uitgedrukt te worden in constante prijzen
(van het basisjaar).
- De discontovoet is risicovrij; er
wordt geen rekening gehouden met een risicopremie. Risico's
komen niet tot uitdrukking in een aangepaste - hogere
- discontovoet, maar worden per project specifiek behandeld
door hen te verwerken in de waarde van te disconteren
kosten- en batenposten.
Discontovoet in andere Europese landen
In Europese landen is er een grote verscheidenheid aan
nationale voorschriften ten aanzien van de te gebruiken
discontovoet voor overheidsinvesteringen.
Duitsland 3%
Nederland 4%
Verenigd Koninkrijk 6%
Denemarken 7%,
Frankrijk 8%.
De Europese Commissie (1997) stelt dat 5% een geschikt
uitgangspunt is. In geen van de gevallen is overigens duidelijk
hoe de discontovoet precies gedefinieerd is, noch hoe de
keuze tot stand is gekomen.
|