Search   Contact      

 

   

management

management goeroes

toelichting op goeroes

management jargon

management tools

top 100 literatuur

anti goeroe tips

management consult

consultants

managementboek.nl


economie

economen jargon

bronnen

eConomics

Nobelprijs economie

topeconomen

top 40 economen

literatuur economie

links eConomics

 

 

 

Disconto en netto contante waarde

Een euro die men ontvangt in jaar t, heeft niet dezelfde waarde als een euro die men nu reeds in bezit heeft. Immers, een euro die men nu bezit, kan tegen rente worden uitgezet, waardoor deze na t jaar meer oplevert. Om precies te zijn levert één euro na t jaar bij een perunage r (dit is een rentevoet gedeeld door 100) een bedrag op van (1+r)**t euro (1+r) tot de macht t.

Om de huidige waarde van toekomstige baten en kosten te bepalen, moeten zij daarom worden gedisconteerd met de relevante discontovoet. Dezelfde procedure geldt voor de waardering van de kosten en baten van een project. Alle baten en kosten worden contant gemaakt en vervolgens samengevat in één getal: de netto contante waarde (NCW).

Voor een project wordt deze berekend als:

waarin t de lopende index voor de jaarlijkse kosten- en batenposten (uitgedrukt in constante prijzen), Tj de levensduur van het project, en r de gehanteerde discontovoet gedeeld door 100.

Een project is rendabel indien de netto contante waarde positief is.

Hoogte van de discontovoet

Hoe komt men aan de juiste waarde van de discontovoet ? In beginsel is deze gelijk aan rendement dat bij alternatieve aanwending van de middelen verkregen zou worden. Voor Nederland wordt het alternatieve rendement bepaald door de internationale kapitaalmarkt. Het eenvoudige en juiste criterium is hier dat binnenlandse investeringen tenminste hetzelfde rendement moeten opleveren als investeringen en beleggingen in het buitenland.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voor Nederland relevante discontovoet voor overheidsinvesteringen wordt bepaald door de internationale kapitaalopbrengstvoet.

Kabinetsstandpunt discontovoet

In Nederland bestaat sinds 1995 het voorschrift om bij de analyse van overheidsprojecten een discontovoet van 4 procent per jaar te hanteren (Ministerie van Financiën, 1995). Bij de toepassing van dit criterium geldt:

  • Het percentage mag niet worden aangepast aan verschillen in levensduur tussen projecten, en evenmin aan relatieve veranderingen in prijzen. Als zulke factoren de uitkomst beïnvloeden, moet de aanpassing niet gezocht worden in de discontovoet, maar in de jaarramingen voor kosten en/of baten.
  • Ook voor risico's en onzekerheden geldt dat deze niet tot uitdrukking mogen komen in een aangepaste discontovoet, maar in de waarde van te disconteren kosten- en batenposten moeten worden verwerkt.
  • Verder is bepaald dat 'er geen theoretische gronden aanwezig zijn voor een `aanpassing" van de als norm gestelde maatschappelijke disconteringsvoet, in geval een deel van de effecten zich niet in geld laat uitdrukken'. Hiermee worden zogenaamde pro-memorie-posten bedoeld.

Bij de vaststelling van de voor overheidsprojecten te hanteren discontovoet van 4% is de Ministerraad uitgegaan van de gemiddelde reële rente die op de internationale kapitaalmarkt geldt voor risicovrije langetermijnleningen.

Het voorgeschreven disconto heeft dan ook betrekking op de reële en risicovrije discontovoet:

  • De voorgeschreven discontovoet is reëel, omdat hij geen rekening houdt met inflatie. De kosten en baten dienen uitgedrukt te worden in constante prijzen (van het basisjaar).
  • De discontovoet is risicovrij; er wordt geen rekening gehouden met een risicopremie. Risico's komen niet tot uitdrukking in een aangepaste - hogere - discontovoet, maar worden per project specifiek behandeld door hen te verwerken in de waarde van te disconteren kosten- en batenposten.

Discontovoet in andere Europese landen

In Europese landen is er een grote verscheidenheid aan nationale voorschriften ten aanzien van de te gebruiken discontovoet voor overheidsinvesteringen.

    Duitsland 3%
    Nederland 4%
    Verenigd Koninkrijk 6%
    Denemarken 7%,
    Frankrijk 8%.

De Europese Commissie (1997) stelt dat 5% een geschikt uitgangspunt is. In geen van de gevallen is overigens duidelijk hoe de discontovoet precies gedefinieerd is, noch hoe de keuze tot stand is gekomen.

 

managementnieuws

nieuws

 

 

 

 

 

floor

(e) info@floor.nl
copyright © 1994-2017 floor