Search   Contact      

 

   

management

management goeroes

toelichting op goeroes

management jargon

management tools

top 100 literatuur

anti goeroe tips

management consult

consultants

managementboek.nl


economie

economen jargon

bronnen

eConomics

Nobelprijs economie

topeconomen

top 40 economen

literatuur economie

links eConomics

 

 

 

PRI-SYSTEMATIEK: kostenramingen in de bouw
bron: Rapport Tweede Kamer - Algemene Rekenkamer

De PRI-systematiek is een zogenaamde «p * q»-raming die de volgende stappen kent.

Stap 1: Scope bepalen

Aan de hand van de scope wordt bepaald welke posten in de raming worden opgenomen. Tevens wordt bepaald hoe deze posten worden ingevuld (hoofdgroepen, deelname, werkzaamheden en dergelijke).

Stap 2: Invoer van gegevens

Voor de vastgestelde posten worden invoergegevens verzameld en in het ramingsmodel gestopt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen «Productuitgaven» en «Directe uitvoeringsuitgaven» (voorbereiding en directievoering). Posten kennen twee waarden: een waarde voor de prijs en een voor de hoeveelheid. Deze waarden worden T-waarden genoemd. De bronnen zijn onder andere de scope (bijvoorbeeld aantallen te isoleren woningen), de gegevens over reeds uitgevoerde isolatiewerkzaamheden (bijvoorbeeld de gemiddelde eenheidsprijs voor een cluster van isolatiewerkzaamheden), reeds aangegane contracten met ondernemers (vastgestelde eenheidsprijzen).

Stap 3: risico’s bepalen

In zogeheten risicosessies worden per kostenpost risico’s benoemd, de consequenties, de waarschijnlijkheid van optreden en de categorie (onzekerheden, bijzondere gebeurtenis, onvoorzien, risico aannemer) bepaald. Er worden eveneens maatregelen ter voorkoming en beheersing voorgesteld. Veel risico’s zijn zogenoemde normale onzekerheden. In de raming zal daarmee rekening worden gehouden door het bepalen van een laagste waarde die de betreffende post in de resterende uitvoerende periode zal kunnen aannemen (de zogenaamde L-waarde) evenals een uiterste waarde (U-waarde). Dit zijn dus mogelijke afwijkingen van de T-waarden. Ze gelden voor zowel de prijs als de hoeveelheid. Het cluster KE-isolatie kent bijvoorbeeld de volgende waarden voor deelnamepercentages: T-waarde is vastgesteld op 80%, L-waarde 60% en U-waarde 90%. Het uitgangspunt is dat van alle omwonenden die in aanmerking komen voor KE-isolatie 80% zal deelnemen. Dit deelnamepercentage kan lager uitvallen. In de raming wordt er op basis van de risicosessies van uitgegaan dat dit niet lager dan 60% zal zijn. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid dat meer omwonenden zullen deelnemen. Daarbij wordt aangenomen dat dit niet hoger dan 90% zal zijn. Hiermee is de spreiding van de deelname-aantallen voor KE-isolatie in de raming bepaald. Op dezelfde wijze kunnen ook de kosten per woningisolatie worden bepaald, waardoor een spreiding van kosten ontstaat. Op basis van de risicoanalyse is het percentage onvoorzien vastgesteld.

Stap 4: rekenen

Aan de hand van de bij stap 2 en 3 beschreven input wordt het totale bedrag geraamd. Per post worden T-waarden voor hoeveelheden vermenigvuldigd met T-waarden voor eenheidsprijzen. Dit resulteert in een totale T-waarde. Deze totale T-waarde kent geen onzekerheidsmarges die zijn gebaseerd op de risicoanalyse (de L- en U-waarden voor hoeveelheden en prijzen per eenheid). Het programma RAS rekent een statistisch gemiddelde uit dat wel rekening houdt met deze onzekerheden. Dit wordt de Mu-waarde genoemd. De berekening geschiedde in 2001 en 2002 volgens de zogeheten MonteCarlo-simulatie: van iedere post wordt voor zowel de prijs als hoeveelheid een willekeurige waarde tussen de L- en de U-waarde getrokken. Op basis van deze waarden van deze posten wordt het ramingsbedrag berekend. Deze procedure wordt vele malen herhaald (bijvoorbeeld 10 000 maal). Uit deze herhaalde berekeningen ontstaat een verwacht ramingsbedrag (Mu-waarde) met bijbehorende spreiding (standaarddeviatie).
In 2003 is een andere, eenvoudiger, berekenmethode gehanteerd, waarmee aansluiting is gezocht bij de branchebrede geaccepteerde Standaard Systematiek voor Kostenramingen (SSK). Per post is de Mu berekend door (L+T+U)/3.
Door verschillende rekenmethoden te hanteren kunnen ook de uitkomsten verschillen. Indien de PRI 2003 met de MonteCarlo-methode was berekend, waren de uitkomsten € 3,1 miljoen lager uitgevallen (op een uitkomst van € 395 miljoen).

Stap 5: uitkomst

Op basis van de Mu-waarde en de bijbehorende spreiding wordt een kansdichtheidsfunctie verkregen met daarbij behorende kansen dat bepaalde onder- en bovengrenzen worden overschreden. Bij de PRI-raming wordt een tweezijdige overschrijdingskans gehanteerd van 15%. Bij een Mu-waarde van € 409 miljoen in de raming 2002 betekent dit dat de kans 70% is dat de het uiteindelijke bedrag tussen € 380 miljoen en € 440 miljoen ligt.

 

Referentie:

  • Algemene Rekenkamer, 2004, Geluidsisolatie Schiphol fase 2, Tweede Kamer 29750, KST78795, Sdu Uitgevers, ’s Gravenhage 2004
  • CROW, 2002, ‘Wat kost dat ? Standaardsystematiek voor kostenramingen in de GWW’, CROW publicatie 137, 2e verbeterde druk, Ede, 2002

managementnieuws

nieuws

 

 

 

 

 

floor

(e) info@floor.nl
copyright © 1994-2017 floor